Huisvesting:
Mijn eerste geelgroene lories heb ik gekocht in Duitsland. Dit waren drie jonge paren die uit drie paren nagekweekt waren en dus waren mijn vogels gedeeltelijk aan elkaar verwant. Deze werden gehuisvest in eerste instantie met wat zachtvoereters zoals timalies, spreeuwen, rallen, krokodillenwachters enz. Behalve deze zachtvoereters hadden ze nog gezelschap van jonge Weberlories, (Trichoglossus h. weberii en roodneklories, (Trichoglossus h. rubrotorquis). Deze volière bestond uit een nachthok van 2,5 meter bij 1 meter en een buitenvolière van 6 meter bij 4 meter. Deze was beplant met allerlei soorten struiken. De volière was uit een houten frame opgetrokken en in 1992 was deze aan vervanging toe. Eigenlijk is er niets mooier dan een grote volière waar de vogels naar hartelust zich zelf kunnen uitleven. Toch werd er door mij gekozen voor een meer functionele opstelling. Dit werden aluminium buitenvolières van een meter breed en drie meter lang met aansluitend een klein nachthok waarin de nestkast werd opgehangen. Op dit moment ben ik aan het overwegen om in de toekomst een aantal tussenwanden te verwijderen. In het algemeen wordt er teveel van uitgegaan dat een volière lang moet zijn om de vogels de ruimte te geven. Mijn inziens (wanneer men kijkt naar een zelfde hoeveelheid vierkante meters) kan men beter een volière hebben van bijvoorbeeld 2,5 meter bij 2 meter dan een van 5 meter bij 1 meter. Wanneer men een lange, smalle volière heeft dan heb je het gevoel dat de vogels alleen maar van voor naar achteren kunnen vliegen en weer terug. Bestudeert men vogels die in een bredere volière zitten dan zullen we moeten constateren dat ze zich graag in alle richtingen voortbewegen, huppend en spelend. Mijn geelgroene lories, (twee paren), hadden hun eerste legsels in deze aluminium volières, maar helaas waren de eieren onbevrucht. Geelgroene lories zijn nogal luidruchtig en omdat deze vogels in volières zaten die direct achter mijn huis gesitueerd waren heb ik op een gegeven moment de keuze gemaakt om Stellalories in deze volières te huisvesten. Ik heb de geelgroene lories toen noodgedwongen naar kleinere broedkooien van 1,50 meter lang moeten verhuizen.
Verzorging en kweek:
Intussen kreeg ik de mogelijkheid om tweemaal een kleine groep wildvang geelgroene lories te kopen. Hiervan zijn enige paren doorgeschoven naar andere liefhebbers inclusief een aantal vogels van de Duitse bloedlijnen. Ik had nu drie geheel onverwante paren. In het begin vertoonden twee mannetjes een behoorlijke agressie jegens de vrouwtjes. Nadat ik ze drie weken afgezonderd had was dit over. Binnen een half jaar zaten de eerste twee paren op bevruchte eitjes. Het duurde dan ook niet lang voordat ik een kolonie jonge vogels had gekweekt. De broedduur bedroeg 24 dagen. De jongen groeiden voorspoedig op en werden niet geplukt. Bij 1 paar was het oppassen geblazen wanneer de natte bodembedekking vervangen moest worden. Zodra ik de jongen terugplaatste werden de ouders uiterst opgewonden. Ze kwamen direct de nestkast van binnen inspecteren en vielen zelfs de jongen aan. Dit was duidelijk te horen. Onmiddellijk verwijderde ik de ouders uit de nestkast en hield mijn hand in de buurt tot ze wat gekalmeerd waren. Daarna was er geen vuiltje meer aan de lucht. Dit was nier de eerste keer dat ik bij lories dergelijk gedrag (of ander abnormaal gedrag) meemaakte bij het verschonen van hun nest. Enkele voorbeelden: een paar schubbenlories, (Trichoglossus chlorolepidotus), vielen ook hun jongen aan wanneer de nestbekleding was vervangen. Bij deze vogels liet ik de jongen in de nestkast en heb steeds een deel van de bodembedekking vervangen. Op deze wijze was er verder geen probleem. Een paar roodneklories hadden de neiging om zoveel mogelijk de bodembedekking te verwijderen. Toen op een gegeven moment de jongen op de kale bodem lagen en vochtig werden heb ik waarschijnlijk teveel houtkrullen in het blok gedaan. De ouders stopten onmiddellijk met het voeren van de jongen. Een paar geelgroene lories hadden twee eitjes. Na het schoonmaken van de kooi was er per abuis wat water in de nestkast gekomen waardoor de houtkrullen wat vochtig waren geworden. Voor de zekerheid heb ik een gedeelte van de krullen vervangen. Dit had tot gevolg dat de ouders direct daarna de eitjes vernielden. Het is bekend dat men zo min mogelijk moet storen wanneer de vogels aan het broeden zijn. Soms moet men noodgedwongen wel iets doen in de nestkast. Hou de vogels daarna goed in de gaten want hun gedrag is vaak moeilijk voorspelbaar zoals U uit voorgaande voorbeelden kunt concluderen. Men kan zowel een horizontaal als een verticaal nestblok gebruiken. De nestkasten die ik gebruik en waarin met succes door drie paren is gekweekt zijn van het horizontale type, (agapornis model). De lengte is ca 30 cm, hoogte 17 cm. En diepte 15 cm., (allen binnenmaten). Het invlieggat heeft een doorsnede van ca 5 cm. De voeding die ik verstrek bestaat net zoals bij mijn andere grotere lories hoofdzakelijk uit Lorinektar. Een stukje appel op zijn tijd wordt zeer op prijs gesteld. Ook kan men fruit fijn maken in een blender. Iets wat ik nl. geef voor de avonduren. In een blender maak ik fijn: peer, appel, banaan en wortel. Dit wordt een dikke brij, deze maak ik meer vloeibaar door er een zoete vruchtensap aan toe te voegen zoals bv. perensap. Soms breng ik het iets meer op smaak door er wat suiker aan toe te voegen. Op deze wijze krijgen ze s' avonds een voeding met naar verhouding een laag eiwitgehalte en een vrij hoog koolhydraatgehalte. Vooral bij de Charmosyna, Oreopsittacus, (Arfaklori), en chalcopsitta soorten is het van belang dat men een dieet verstrekt met een niet te hoog eiwitgehalte. Arfaklories doen het bijvoorbeeld beter op kolibrievoer (laag eiwitgehalte) dan op een gemiddeld commercieel lorivoer. Deze ervaring heb ik inmiddels ook van andere gerenommeerde kwekers vernomen. Aangezien geelgroene lories zeer actieve vogels zijn, is het verstandig om zo nu en dan wilgentakken in de kooi te hangen. Hier kunnen ze een hele tijd zoet mee zijn.