Uiterlijk: lichaamskleur groen, borst en bui geelgeschubd ongeveer zoals bij de meijerslori. Voorhoofd keel en wangen rosé wat bij de man meestal iets helderder is. Van de snavel tot aan de nek loopt dwars door het oog een donkere paarsachtige bruine band. De oorstreek is geelgroen, de ondervleugeldekveren zijn geelgroen aan het eind meer groen. De eerste slagpen is zwart en op de eerste drie na hebben ze allemaal een grote gele vlek op het midden van de binnenbaard. De onderkant van de staart inclusief de staartpennen zijn geelgroen. De snavel is oranje met een grijze basis, de poten zijn grijs en de iris bruin.